Na een lange en enerverende dag schoof ik aan aan tafel in een buitenwijk van Port Elizabeth, Zuid-Afrika. Die dag was het woord ‘township’ in mijn ziel gekropen. Het klinkt nog een beetje aangenaam, township, maar het is niet meer en niet minder dan een krottenwijk. Nee in dit geval een krottenstad van zo’n 12.000 hectare waar zo rond de half miljoen mensen wonen. De meesten hebben geen werk, geen geld, niks. Armoede.
De krotten staan boven op elkaar, in de meeste zouden wij onze kippen nog niet willen laten huizen. De mensen daar hebben niks te willen, ze wonen er soms met tien, vijftien man in. Gelukkig komen er steeds meer stenen huisjes, maar het zijn er nog maar weinig, en het gaat langzaam in Zuid-Afrika...
Samen met mijn dochter was ik te gast bij een familie daar, vader Simphiwe, moeder Zannele en hun drie jonge kinderen. Wat een voorrecht! Lieve mensen, schatten van kinderen, geen soort van leven. Mijn gevoelens raasden op en neer: afgrijzen, verwondering, machteloosheid, affectie... Al die zwarte mensen, zoveel, zo arm, schijnbaar zo hopeloos. Maar toch: goed verzorgd, trots, levendig, vaak blij. Het laat je niet meer los. Je bent daar en voelt je machteloos. Je wilt van alles, je kunt niks.
Je kunt niks? Na thuiskomst stond het eten al op tafel. Onze gastheer en –vrouw zijn zeer betrokken bij het lot van de mensen in de naburige township. Al jaar en dag geven zij onderdak aan vrijwilligers die zich inzetten voor de kinderen daar. Peter, onze gastheer, zelf kleurling, zette me even op mijn plaats.
Je kunt niks? Je kunt zoveel. Je bent er geweest, je hebt je iets van die mensen aangetrokken, je hebt je verbonden gevoeld, je hebt je hart opengezet, je geeft om ze. Je kunt niks? Je kunt alles! Nu al heb je zoveel voor deze mensen betekent. Je bent nu al van waarde voor ze, ze zullen je nooit meer vergeten. Dit is zo belangrijk voor hen.
En voor mij, antwoordde ik. Zijn woorden gingen over de kracht van liefde, de kracht van het openzetten van je hart. Iedereen heeft het in zich, dit is universeel, besefte ik weer eens. Hoe eenvoudig. Zo ben je van waarde voor elkaar. Zowel in een sloppenwijk in Zuid-Afrika als in een keurige buurt ergens in Nederland, het maakt niet uit.
Je kunt zoveel voor een ander betekenen, enkel en alleen al door je te verbinden. Door je hart te openen. Niet te oordelen of veroordelen. Gewoon er te zijn voor de ander, te luisteren, proberen te voelen wat een ander bezighoudt. Alle mensen zijn van belang, niemand uitgezonderd. En de een is vooral niet van groter belang dan de ander. Dat besef geeft je de mogelijkheid, of laat ik het beter zeggen, het voorrecht om je te verbinden met de ander.
En kijk wat je ervoor terugkrijgt! Liefde is namelijk nooit eenzijdig. Omdat liefde gevoeld wordt en teruggeschonken. Hoe meer je geeft hoe meer je terugkrijgt. De liefde in ons hart is de meest waardevolle schat die we met onszelf meedragen. Hoe bijzonder om die te mogen delen...
Jan Jaap van Hoeckel, coach